Geschiedenis
Rudolf Steiner ontwikkelde in het begin van de 20e eeuw een pedagogie die een antwoord zocht op de eenzijdig opvoeding van die tijd. Veel is er in die tijd veranderd. Veel creatiefs is ook binnengestroomd in het reguliere onderwijs. Desalniettemin dreigt het onderwijs tegelijkertijd eenzijdig cognitief te worden. Met name het jonge kind van 0-7 jaar is hiervan het slachtoffer. De Waldorfscholen hebben zich dan ook aangesloten bij The Alliance for Childhood. Een internationale beweging die opkomt voor de ontwikkeling van het jonge kind door middel van spel in alle vormen, waaronder het vrije spel.
In Nederland heeft zich het merkwaardige voorgedaan dat de Waldorfscholen ‘Vrijescholen’werden genoemd. Begin van de 20e eeuw wilden zij geen overheidssubsidie ontvangen. Zij wilden vrij zijn, zelf te bepalen vanuit een vrij vakmanschap, wat leerlingen nodig hebben en zich dat niet door de overheid laten voorschrijven. Die naam heeft tot veel verwarring geleid. Op een Vrijeschool zouden kinderen alles zelf mogen bepalen. Het tegendeel is het geval. Wel houden we van een levendige wisselwerking met de leerlingen en veel activiteit. Maar we houden van respect en goede omgangsvormen.
Vrij van overheidsbemoeienis zijn we ook al lang niet meer. Sterker nog we gaan de dialoog met de overheid graag aan.
In Nederland zijn circa 80 Vrijescholen, verspreid over het hele land. Daarnaast zijn er overal in de wereld vele scholen, ook wel Steinerschools of Waldorfschools genoemd.
